Knitwear-ondernemer Ellen Kegels | LN Knits

Voor Ellen Kegels is het logisch: ondernemen doe je met respect voor de mens én de natuur. Anders niet. Het mag dan ook niet verbazen dat de jonge Antwerpse meteen bereid was om mee haar schouders te zetten onder de sensibiliseringscampagne van OVAM (de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij) rond het correct sorteren van afval voor KMO’s, met als doel: 15 % minder bedrijfsafval tegen 2022.
Ondernemen met een hart voor de mens en oog voor de natuur

Een sensibiliseringscampagne om KMO’s beter te laten sorteren, wat vind je daarvan?

 

KEGELS: “Een zeer positief initiatief. Als we het, zoals blijkt uit studies, als individu thuis al zo goed doen als het aankomt op sorteren, moeten we dat zeker ook kunnen op het werk. Dat de overheid het nodig vindt om KMO’s te sensibiliseren via een gerichte campagne geeft ook aan hoe belangrijk het is. Daarom wilde ik er ondanks de drukte met mijn bedrijf en mijn pasgeboren baby heel graag tijd voor vrijmaken en er mee het gezicht van zijn.”

 

Welk beleid voer je zelf op dit vlak in je bedrijf?

 

KEGELS: “De insteek van alles wat ik doe is: een hart voor de mens en een oog voor de natuur. Die filosofie trekken we ook door op de werkvloer. Onze sjaals, mutsen en truien worden gemaakt van lekker warme alpacawol, dus onze verwarming op kantoor zal nooit te hoog staan. Ons bedrijfsmotto is: ‘Beter een extra alpaca-stuk aantrekken dan de verwarming een graad hoger zetten.’ (lacht) Als er mensen op bezoek komen voor een meeting en ze hebben het koud, dan mogen ze altijd een van onze sjaals omslaan of een dekentje op hun billen leggen. Ook in onze winkels staan de radiatoren niet op de hoogste stand.

We streven eveneens naar zo weinig mogelijk afval. We hebben op kantoor een waterfilter om ons water te zuiveren, zodat we plastic flessen kunnen vermijden. Uiteraard sorteren we ook waar mogelijk en bij alles wat we hier doen, hebben we oog voor de natuur. Onze baby-alpacawol is 100 procent natuurlijk en we proberen het transport van onze producten uit Peru zoveel mogelijk te groeperen, zodat we alles kunnen vervoeren met bootvrachten, twee keer per jaar. Luchtvrachten proberen we waar mogelijk te vermijden, hoewel dat nog niet altijd lukt. Tot slot: alle wolrestjes die we hebben, recycleren we tot bollen wol. Zo zetten we de doe-het-zelvers thuis aan het werk en laten we niets verloren gaan.”

Slow fashion met een vertrouwd gezicht

Milieubewust ondernemen zat er bij jullie in vanaf het begin?

 

KEGELS: “Klopt. Ons bedrijf is gebaseerd op vier pijlers. Ten eerste is er het natuurlijke aspect: we werken uitsluitend met natuurlijke materialen. In de winter met 100 percent baby-alpacawol, in de zomer soms met linnen of zijde, maar ook dat zijn natuurlijke materialen. We zullen nooit voor kunstmatige acrylvezel kiezen om de prijs te drukken, daar zijn we heel streng in. Af en toe voegen we wel 1 of 2 procent polyamide toe aan onze producten om de kwaliteit beter te kunnen bewaren, zodat de wol niet te snel uitrekt of begint te pluizen.

 

Pijler 2 is het menselijke aspect. Op dit moment stellen we in Peru meer dan 350 vrouwen – een mix van tienermoeders en oudere dames met meer ervaring – te werk met eerlijke en milieuvriendelijke arbeid. Niet alleen die vrouwen hebben daar baat bij, maar ook hun hele gezin. Als we in Peru zijn, plannen we altijd huisbezoeken om de verhalen van onze mensen daar te registreren. En dan krijgen we te horen dat dankzij een jaar lang lichtgrijze Big Bertha’s breien – de grootste sjaal uit onze collectie – iemands oudste dochter naar de universiteit is kunnen gaan of haar diploma heeft gehaald. Dat zijn prachtige momenten.

 

De derde pijler is personal branding. Mijn eigen gezicht is sinds het prille begin het uithangbord voor onze klanten. Ik ben letterlijk the girl next door en overal aanspreekbaar: mensen kunnen me via elk mediakanaal een vraag stellen en ik zal er persoonlijk op antwoorden. Komen ze langs in de winkel, dan is de kans ook groot dat ik aanwezig ben. Op die manier heb ik de alpacawol, mijn knitwear-ontwerpen en onze manier van werken een gezicht gegeven. Wie ik zelf ben en waar ons bedrijf voor staat, dat valt helemaal samen.

 

Tot slot vinden we customer service heel belangrijk: onze klanten moeten via alle mogelijke kanalen de beste service krijgen. We willen hen op die manier ook graag tonen dat het anders kan. Dat je een milieuvriendelijke, in eerlijke omstandigheden en met de hand gemaakte trui kan kopen aan dezelfde prijs als een trui die gemaakt is van 100 procent acrylvezel. Een trui die werd vervaardigd door kinderhanden en in mensonwaardige omstandigheden in Bangladesh, en dan aan jou bezorgd wordt via luchtvrachten en in een plastic zak.

 

Wij kiezen bewust voor slow fashion. Een LN Knits-trui breien duurt makkelijk één week à 10 dagen, wat ook wil zeggen dat een van onze Peruviaanse vrouwen 10 dagen werk heeft en haar gezin kan onderhouden. Eigenlijk bewijzen we elke dag dat het mogelijk is om te werken met respect voor de mens en de natuur. En het geeft me veel voldoening als ik merk dat ik andere jonge ondernemers inspireer om hetzelfde te doen. Ondernemen: uiteraard. Maar zorg er alsjeblieft voor dat mens en milieu gerespecteerd worden en dat er niet nog meer kapot gemaakt wordt dan nu al het geval is.”

“Webshopartikels versturen we nog steeds in plastic verpakkingen. Daar wil ik een oplossing voor vinden.”

Alle werknemersneuzen in dezelfde richting

Denk je dat jonge ondernemers bewuster sorteren en recycleren dan de vorige generaties?

 

KEGELS: “Zeker. Duurzaamheid is essentieel en ik stel tot mijn vreugde vast dat jonge merken daar steeds creatiever mee omspringen, o.a. door het gebruik van recycleerbare materialen. Er is zeker sprake van een trendbreuk in vergelijking met de oude –nietsontziende- manier van ondernemen, die ons milieu naar de vaantjes heeft geholpen. Ik kan er niet bij dat bepaalde grote ketens met hun mens- en natuurontregelende aanpak nog scoren bij hun klanten. En hoe bloggers die merken nog kunnen promoten op Instagram, wetende dat zoveel mogelijk geld verdienen tot élke prijs het enige is dat zo’n bedrijven interesseert.”

 

Hoe probeer je je werknemers mee te krijgen in dit verhaal?

 

KEGELS: “Al onze werknemers, achter de schermen en in de winkel, dragen het respect voor de natuur en de mens in zich. Ik zou anders niet met hen kunnen samenwerken. Ik vraag tijdens een sollicitatie niet expliciet hoe iemand sorteert en het staat ook niet in de jobomschrijving, maar toch. Ik voel dat mijn medewerkers er bewust mee omgaan aan de manier waarop ze zich profileren en bijvoorbeeld aan kledingruil doen. Ze moeten natuurlijk het fair fashion-verhaal van LN Knits ook geloofwaardig kunnen vertellen. Uitleggen waarom een vest bij ons 10 keer zoveel kost als bij een grote keten en waarom mensen 10 keer zoveel plezier aan hun aankoop zullen beleven. Enerzijds wat duurzaamheid en kwaliteit betreft, anderzijds omdat ze er een vrouw in Peru eerlijk werk mee hebben bezorgd en de natuur gespaard blijft. Geloof me: dat verhaal kàn je niet uitdragen als je niet oprecht achter onze filosfie staat en het gewoon als een robot aframmelt.

 

Ik wil ook dat onze mensen respectvol omgaan met onze stukken en betrokken zijn, net omdat ons breigoed duurzamer en duurder is én er iemand in Peru met veel liefde en toewijding aan heeft gewerkt. Elk kledingstuk is een piece of heart, zoals wij zeggen.

Een circulaire economie is een gedeelde verantwoordelijkheid

Hoe kijk je over het algemeen naar de circulaire economie?

 

KEGELS: “Ik denk dat vandaag iedereen een steentje zal moeten bijdragen of we halen het niet. Overal gaan de alarmbellen af. Het is alle hens aan dek.”

 

Zijn er in je bedrijf voorbeelden qua sorteren en recycleren waar je extra trots op bent?

 

KEGELS: “Onze Peruviaanse vrouwen moeten uiteraard een opleidingsperiode doorlopen en kunnen daarom niet meteen een perfecte trui breien. Het gevolg is dat er altijd een hoop truien is waar we niets mee kunnen doen. Je zou kunnen zeggen: we verbranden ze of gooien ze weg, maar wij vilten onze mislukte breisels (door ze op extra hoge temperatuur te wassen) en maken er dan limited editon-kussens van. Zo wordt een ‘mislukking’ opgewaardeerd tot iets exclusiefs.

 

Een ander voorbeeld waar ik trots op ben: vorig jaar hebben we met LN Knits 10 alpaca’s gekocht en geleased aan een alpacaboerderij in het dorpje Santa Fé, hoog in de Andes. Die alpaca’s gaan elk jaar naar een andere familie in het dorp en leveren hun 10 keer 3,5 kilo alpacawol extra hebben. Die wol mag de familie verkopen en de opbrengsten mogen ze zelf houden. In ruil daarvoor moeten zij de dieren dat jaar voeden en verzorgen. Zo sluit alles mooi aan: een deel van de wol van die 10 alpaca’s nemen we zelf af voor een afvalvrije eco-lijn (lees: het garen wordt door onze boeren met de hand gesponnen en niet gekleurd). Voor die eco-lijn werken we uitsluitend met natuurlijke materialen en kleuren (wit, bruin, zwart en beige) die zorgen voor een rustiek en vintage karakter. Die met de hand gesponnen bollen wol gaan naar de Peruviaanse breisters die onze ecoproducten maken en daarna proberen we ze op een zo milieuvriendelijke manier in België te krijgen en te verkopen. Op die manier maken we opnieuw de cirkel rond.”

 

“In het begin hoorde ik vaak: ‘schandalig dat jullie 60 euro durven te vragen voor een muts, in de grote ketens koop ik die voor 6 euro’. Dan moet je telkens opnieuw uitleggen hoe je werkt en waarom en welke kostprijs dat met zich meebrengt. De grote ketens verkopen onder de marktprijs, maken de markt kapot en plegen een aanslag op het milieu en op de mensen die alles voor hen maken. Het heeft even geduurd voor mensen mee waren met dat verhaal, maar het is gelukt. Vandaag hebben we een mooie winkel in hartje Antwerpen, 25 winkels in België en een resem winkels in het buitenland die onze lijn verkopen. Ook die partners kiezen echt voor fair fashion en zijn bereid er een eerlijke prijs voor te betalen, zonder gigantische marges.

 

Daarom zijn onze marketing en communicatie ook zo belangrijk. Elk jaar trekken we zelf naar Peru, om verhalen te oogsten bij onze mensen. Die verhalen vinden dan hun weg naar onze blog en onze Instagramaccount. Een dikke merci dus aan alle klanten die kiezen voor ons en niet voor de makkelijke weg. (lacht)”

 “Al onze wolrestjes recycleren we tot bollen wol voor de doe-het-zelvers. Zo laten we niets verloren gaan.”

Met vallen, opstaan en hergebruiken

Zijn er bepaalde fouten die je in het verleden hebt gemaakt?

 

KEGELS: “De grote moeilijkheid in het begin was het wolproces. We creëren onze kleuren zelf, weet je. Die kleuren worden dan getest -wat een aantal weken duurt- en dan moeten we de minimumorders bestellen. Helaas kan je niet altijd inschatten of een bepaalde kleur zal aanslaan in de winkels en bij de klanten.

 

Zo zat ik ooit met een grote stock ongebruikte en onverkochte garens in Peru, omdat de kleur niet in de smaak viel. Toen kwam ik op het idee om een breiboek te maken. We hebben heel die voorraad garen tot kleine bolletjes wol laten draaien en ze te koop aangeboden, om zo de mensen warm te maken om zelf creatief te zijn. Met succes. Vandaag verkopen onze losse bollen wol en breiboeken heel goed. Zo zijn we erin geslaagd om materiaal dat anders verloren –of zelfs vernietigd- was een tweede leven te geven.”

Een goed sorteerbeleid begint bij een goed voorbeeld: de zaakvoerder

Opmerkelijk: Vlamingen blijken individueel tot de beste sorteerders ter wereld te behoren, maar op het werk… kan het beter.

 

KEGELS: “Ik wist dat we indivueel goed recycleren, dat merk ik ook bij mijn buren hier in de straat. Zelf heb ik ook een handige recyclage-app, die aangeeft welk afval wanneer buitengezet mag worden. LN Knits is een kleine KMO, dus ik kan wellicht makkelijker het afval onder controle houden en zien of er deftig gesorteerd wordt. Voor een middelgrote KMO kan ik me inbeelden dat sorteren minder evident is. Ik ben dus heel blij dat de overheid daar een campagne voor lanceert.”

 

Verbaast die vaststelling je?

 

KEGELS: “Niet echt. Ik vrees dat mensen al snel redeneren: ‘ik sorteer thuis zoals het hoort en heb mijn plicht gedaan. Dat dit op het werk niet zo correct gebeurt, is mijn probleem niet’. Daarom is het de verantwoordelijkheid van de bedrijfsleider om ervoor te zorgen dat er een duidelijke filosofie en aanpak zijn, dat de juiste sorteerbakken aanwezig zijn en dat de werknemers voldoende geïnformeerd worden zodat ze weten wat, waar, wanneer en hoe. Het management moet de voortrekker zijn en een oogje in het zeil houden. Ik merk het zelf nu ik in zwangerschapsverlof ben door de geboorte van mijn dochtertje. Ik moet alles van thuis uit zien te beredderen met mijn gsm en computer en soms verbaast het me hoe makkelijk mensen dingen laten hangen die voor mij vanzelfsprekend zijn.”

Wat kan nog beter? Plannen voor de toekomst

Ben je op de hoogte van de nieuwe sorteerverplichting die in de pijplijn zit? Vind je het nuttig dat de overheid KMO’s aanspoort om een tandje bij te steken?

 

KEGELS: “Ik wist het nog niet, maar ik vind het zeker nuttig. We moeten allemaal nog een beetje beter ons best doen, denk ik. Als de overheid bedrijven extra moet aanporren om tot het gewenste resultaat te komen, vind ik dat een goede zaak. Als ondernemer moet je ook respect hebben voor de mens en het milieu; dat hoort er nu eenmaal bij.

 

(denkt na) Weet je, ik zou het fijn vinden, mocht er een gelijkaardig initiatief komen voor de consumptie van vlees. Maximum één keer per week vlees eten… bedenk eens wat dat zou betekenen voor het milieu! Natuurlijk ligt dat zeer gevoelig. Ons vlees is ook veel te goedkoop: als het 5 keer duurder zou zijn, zouden veel mensen minder vlees eten. Een biefstuk is vandaag goedkoper dan een mand biologisch geteelde groenten, dat is toch absurd?”

 

Tijd voor een toekomstdroom: wat zou je nog graag willen doen dat je vandaag nog niet doet of kan doen?

 

KEGELS: “In onze winkel maken we al gebruik van zogenaamde bread bags, een soort waterbestendige broodzakken gemaakt van 100 procent recycleerbaar materiaal. Bestellingen via onze webshop worden nu echter nog steeds verstuurd in waterbestendige plastic zakken. De webshop draait heel goed, dus als je al die zakken op het einde van het jaar op een hoop legt, heb je best een flinke stapel. Het zou mooi zijn als we daar nog een geschikte oplossing voor vinden, bijvoorbeeld door met biologisch afbreekbaar plastic te werken. Voor de rest denk ik dat we vrij goed bezig zijn. (lacht)”

 

 

Disclaimer: De meningen die derden in dit artikel vertolken, vallen buiten de verantwoordelijkheid van de OVAM. De OVAM en de betrokken medewerkers aanvaarden geen aansprakelijkheid voor gevolgen die zouden kunnen ontstaan uit het gebruik van deze opgenomen informatie.

Lees ook de verhalen van andere ondernemers

Wim Ballieu noemt zichzelf ‘ondernemer pur sang’ en gaat ook meteen voor het vignet ‘sorteerder’ pur sang. Gedaan met verspillen!

Lees het interview

Wouter Torfs werd al vaak verkozen tot werkgever van het jaar, maar ook zijn recyclage-inspanningen kunnen tellen!

Lees het interview